Mijn werk:Na de opleiding ging ik werken als groepsleidster in een psychiatrische instelling voor kinderen in Rotterdam. Na twee jaar verhuisde ik weer terug naar Geldrop. Ik ging als groepsleidster werken met kinderen die slechthorend waren. Daar heb ik geleerd om korte zinnen te maken. En vooral geen moeilijke woorden te gebruiken. Dat kwam goed van pas toen ik ‘Stoere Koos’ ging schrijven. In 1990 ging ik weer verhuizen. En nu naar het einde van de wereld. Namelijk naar China! In dat verre land heb ik gereisd, een paar woorden Chinees geleerd en leren schilderen. Ik schreef lange brieven naar al mijn vrienden en familie. Toen ik terugkwam uit China ging ik werken bij Fontys hogescholen in Eindhoven. Daar werk ik nu nog steeds. Ik ben daar docente bij de studierichting ‘Personeel en Arbeid’. Ik begeleid studenten bij hun leertaken en geef ze oefeningen om een gesprek te voeren.
In 1991 werd mijn oudste zoon geboren: Michiel. In 1994 mijn tweede zoon: Niels. Toen kwamen er nog twee meisjes. In 1996: Megan en in 2000: Hannah. Ik ben apetrots op mijn vier kinderen. Ze lezen alle vier heel graag (hoe zou dat nou komen?).
Waarom schrijf ik? Na de geboorte van Hannah dacht ik: Ik heb zin in iets anders. Ik wil zelf iets bedenken en het dan ook zelf bouwen. En dat lekker in mijn eentje. Zonder dat iemand anders zich ermee bemoeit. Ik ging een schrijfcursus volgen. Ook zocht ik in contact met iemand die mij begeleidde in het schrijven voor kinderen. Veel mensen zeiden: ‘Goh, dat kun je hartstikke goed.’ Ik schreef verhalen in de schoolkrant van de basisschool van mijn kinderen. Dus begon ik aan mijn eerste boek: 'Vader in de verte'. En later schreef ik 'Stoere Koos'. In februari 2005 belden twee uitgevers mij op. Uitgeverij Lannoo wilde graag 'Vader in de verte' uitgeven. Uitgeverij 'De inktvis' belde voor 'Stoere Koos'.
Nu kan ik mezelf schrijfster noemen. Ik heb nog heel veel ideeën voor nieuwe boeken. Voor mensen van alle leeftijden. Ik heb er zoveel plezier in dat ik de rest van mijn leven schrijfster blijf.
|